DE ONBEKENDE SCHRIJVER

DE ONBEKENDE SCHRIJVER

In een tearoom aan de kust zat de grootste schrijver die de wereld gekend zou kunnen hebben. Dat was echter nog niet het geval. Bij elk woord dat hij overwoog om te gebruiken, doken er immers tientallen andere mogelijkheden op. Dat waren dus zowel de vele vrienden van dat woord als de talrijke vijanden. Kiezen was verliezen. Het was onbegonnen werk. Daarom zat de alsnog onbekende auteur vrijwel dagelijks in een of andere tearoom aan de kust (waarvan er jammer genoeg steeds minder waren; de horeca had het handelskundig moeilijk), op een boogschot (steenworp? Zie je wel: weer zo’n vriend/vijand!) van zijn appartement, zoekend naar en hopend op inspiratie, zeg maar: de juiste woorden. Hij had een bescheiden loopbaan als vertaler-tolk bij het leger achter de rug – waar een woord gewoonlijk een woord was: te vertalen opdat men het zou begrijpen; bevelzinnen tierden er welig –, wat hem een vroegtijdig pensioen opleverde. Dat vulde hij aan met vrije opdrachten, die hij via advertenties en wat pr her en der bijeensprokkelde. Soms bezorgden de huidige immigratiegolven hem wat extra inkomsten. Hij had zich immers ondertussen ook wat bekwaamd in minder bekende verre talen. De dagelijkse bezoeken aan de tearooms in de stad aan zee konden dus best wel en waren ook hoognodig, want het boek dat de moderne wereld zou verbazen, bleef maar uit. Werd het een roman? Een toneelscenario? Een filmscript? Een essay? Een genre dat nog uitgevonden moest worden? De dagelijkse strijd van de embryonale wereldschrijver betrof niet dat allereerste witte blad of de fameuze angst ervoor. Het was het omgekeerde: van elk weloverwogen woord stonden er ook nog eens zovele andere kandidaten in rijen aan te schuiven, de meeste goed en evenwaardig bevonden. Ik kan toch geen tien boeken tegelijk schrijven, dacht de man wanhopig bij zijn vijfde kopje koffie op druilerige namiddagen aan de kust. Het kon ook zijn vierde of zijn zesde bakje troost zijn; hij hield de tel niet meer bij. Zijn wanhoop werd nog groter toen hij besefte dat hij een heel goede schrijver was die best wel de wereld kon verbazen. Hij zou bijvoorbeeld zelf ook zijn boek vlotjes in drie talen kunnen vertalen. Maar die woorden… Miljoenen basiswoorden en nog veel meer miljoenen afgeleide woordvarianten kende zijn moedertaal. Hoe deden bijvoorbeeld Groenlanders dat, die zoveel woorden hadden voor sneeuw? Wanneer kozen zij welk woord? Hoeveel benamingen voor wind waren er niet overal ter wereld? De hoeveelheden koffie en mogelijke woorden bezorgden de onbekende schrijver meer en meer slapeloze nachten. Hij zocht noodgedwongen hulp. Na langdurige en moeizame herstelbehandelingen en vele paniekaanvallen doofde zijn behoefte om het beste boek ter wereld te schrijven uit. Zo waren er nog meesterwerken die nooit ofte nimmer het licht zagen. Ze zaten verborgen in de hoofden van koffiedrinkende niet-schrijvers in tearooms. Psychiaters, psychologen, therapeuten, apothekers en huisartsen aborteerden die, met de beste bedoelingen in verband met de gezondheid van de patiënt.  Alleen wie zich de moeite getroostte woorden te kiezen uit een enorme voorraad mogelijkheden, slaagde er soms in een boek te schrijven en te laten publiceren. De meeste daarvan werden al vlug vergeten. Enkele bleven hangen in het collectieve geheugen, niet eens de beste. Of die ook echt gelezen werden? Dat was nog maar de vraag. Woorden schoten immers altijd te kort. Overal en altijd. De Onbekende Soldaat was bekender dan De Onbekende Schrijver. Herdenken we die laatste met een koffiekransje in plaats van met een bloemenkrans?

JORIS DENOO