ONZEKERHEDEN

 

ONZEKERHEDEN

 

A

Op een dag paste de trouwring aan mijn linker ringvinger beter om mijn rechterpink. Ik wist hoe laat het was. Dieet.

B

Een literair schrijver, gevraagd naar waarover zijn roman gaat, kan alleen maar het antwoord schuldig blijven. Over alles, met name.

C

Ik ben twee keer naar het optreden van een stand-upcomedian geweest. De eerste en de laatste keer. 

D

Ze zijn al zoveel jaren samen met ‘die kanjer’. De zonnebril moet op geweldige welstand wijzen. De bijsluiter bij hun bord: ‘Meer moet dat niet zijn.’ Facebook? Fakebook.

E

Ik was niet op de uitvaart van mijn buurman, maar hij was evenmin op de mijne. Zeker weten.

F

Kun je leven van het schrijven? Ja hoor: een leven op later en dood.

G

Kleren, schat? Niks van aantrekken.

H

Een goed geheugen kan ook de hel zijn. Men gelooft je niet omdat men zelf niet over zo’n geheugen beschikt. Dan ben je een leugenaar.

I

Mensheid: het meervoud van men. Mensdom: maar wel dierenrijk.

J

Hoe iemand als genie of geniaal (h)erkennen als niemand anders ook zo is?

K

Bent u Vlaming of Belg? Ik voel me eerder Vlameling en Belgrim.

Toen ik bij zuster Serafien de derde kleuterklas volgde, ontcijferde ik in een krant het woord ‘liefdesverdriet’. Daardoor ben ik blijvend geboeid geweest door de ie-schrijfwijze. Het Pools en het Schots hebben er veel. In Wales heten een massa mensen Davies. Jammer genoeg was er ook Vietnam.

M

Is de leeuw (die kan brullen en klauwen) werkelijk de koning der dieren? De baas over een koninkrijk? Aartslui is hij. Het zijn de leeuwinnen die jagen en zorgen voor de kost. Is hier in onze lage streken overigens ooit zo’n manenbeest gezien? Flamingante nationalistische republikeinen zwaaien nochtans met leeuwenvlaggen. Maar zijn zij niet anti-koninkrijk? Voor de vrouw aan de haard? 

N

Liefdesverklaring aan de Ourthe: ‘Lieve Salmonella, ik heb het schijt aan jou’.

O

Twee keer al ben ik verbaasd geweest in een frietkeet. In Oostende vroeg de frikandellenbaas me of ik op de hoogte was van theologie. In Brugge opperde de vettehappenbaas tegen zijn medewerkster dat het nieuwe boek van een bepaald Vlaams dichter nog niet in de boekhandel lag. Dit gebeurde boven het gesis en geborrel in de ondergedompelde frietmanden uit. Er zijn echt nog onzekerheden in het leven. Frietpeace!

P

Kerst: wat zijn we weer giftig met geschenken. Kerstmisdaden alom.  

Q

Mijn stadsdorp krijgt een upgrade. Of een make-over, zo u wil. In verband met verse ingewanden, nagelnieuwe circulatie, gereinigde leidingen en een kloppend hart buigen zich kranen voorover, schrapen grijpers over de grond, gedragen mensen zich als mollen en zien de middenstanders dit alles met lede maar hoopvolle ogen aan. Mijn dorp is ook aan een stad vastgeniet. Er zit geen koe of wei meer tussen. We zijn wat men noemt een deelgemeente, sedert de jaren ’70 van de vorige bloederige eeuw (WOI, WOII, Korea, Vietnam, Golfoorlog, Balkan, om enkele van de meest zichtbare en bekende te noemen). Nationaal wordt mensen aangemaand naar een stad te verhuizen. Zodat de koeien meer plek hebben. Wat ons betreft: geen probleem. We blijven. Want steden zijn gulzig. We zijn stadsdorpeling geworden. Of dorpsstedeling. Om nog een koe te zien, kijken we naar een cowboyfilm. Of we kopen La Vache Qui Rit, op een koeiemorgen.  

Zekere schrijver: Joris Denoo

(vervolging voorzien)